{"id":927,"date":"2001-01-23T18:59:00","date_gmt":"2001-01-23T17:59:00","guid":{"rendered":"http:\/\/www.asblonweb.be\/APED\/CM\/?p=927"},"modified":"2017-08-21T16:55:41","modified_gmt":"2017-08-21T15:55:41","slug":"cuba-waar-een-arm-derde-wereldland-groot-in-is","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/2001\/01\/23\/cuba-waar-een-arm-derde-wereldland-groot-in-is\/","title":{"rendered":"Cuba: waar een arm derde wereldland groot in is."},"content":{"rendered":"<p class=\"post_excerpt\">Tijdens de paasvakantie van 1999 trokken 18 leerkrachten naar Cuba om daar gedurende 14 dagen het onderwijssysteem van nabij te bestuderen. De groep was verdeeld in 9 Franstaligen &#8211; 9 Nederlandstaligen. Alle onderwijsniveaus waren vertegenwoordigd: zowel kleuter-, lager -, secundair-, buitengewoon-, hoger -, kunstonderwijs als sociale promotie. Vier leden van COC, waarvan drie syndikale afgevaardigden, waren van de partij.<\/p>\n<p>We bezochten verschillende onderwijsinstellingen, vertaald naar onze terminologie: een peuter- en kleuterschool, een lagere school, een middenschool, een technische en beroepsschool, een algemeen secundaire school, zowel in de steden als op het platteland; een school voor buitengewoon onderwijs, een voor sociale promotie, een pedagogische hogeschool, een kunstacademie, een pedagogische begeleidingsdienst en een internationaal centrum voor bijscholing en vervolmaking in de hoofdstad Havanna. Tijdens ons verblijf in Havanna logeerden we in dit centrum.<\/p>\n<p>Vergelijkende tabel &#8211; kerngegevens<\/p>\n<p>Belgi\u00eb Cuba Ha\u00efti<br \/>\nBevolking in miljoenen* 10.188 11.068 7.395<br \/>\nBevolkingsdichtheid\/km\u00b2* 333,9 139,6 266,5<br \/>\nLevensverwachting 77 jaar 76 jaar 54 jaar<br \/>\nKindersterfte*(pro mile) 7\/1000 9\/1000 82\/1000<br \/>\n% bevolking in steden 97 % 77 % 33 %<br \/>\nVruchtbaarheidsindex* 1,6 1,5 4,6<br \/>\nDokters per inwoner*(pro mile) 3,78\/1000 3,64\/1000 0,09\/1000<br \/>\nBruto nationaal Produkt \/per hoofd: 26.440 US$ 1.170 US$ 310 US$<br \/>\n% van het centrale overheidsbudget besteed aan<br \/>\n&#8211; gezondheidszorg<br \/>\n2 %<br \/>\n23 %<br \/>\n&#8211;<br \/>\n&#8211; onderwijs 12 % 10 % &#8211;<br \/>\nOverheidsuitgave aan onderwijs in % B.B.P.* 5,7 % 6,6 % 1,5 %<br \/>\nScolarisatie 3de graad (hoger onderwijs)* 49,1% 12,7 % 1,2 %<\/p>\n<p>De gegevens komen uit twee bronnen. Ze slaan meestal op het jaar 1997:<br \/>\n(1) Unicef, Education, The state of the world&#8217;s children 1999.<br \/>\n(2)L&#8217;\u00e9tat du monde 1999, Editions la D\u00e9couverte. Deze gegevens zijn aangeduid met een *<\/p>\n<p>Spontaan vergelijk je Cuba met Belgi\u00eb. Uit deze vergelijkende tabel vallen een aantal punten op.<\/p>\n<p>Cuba is een derde wereldland met een Bruto Nationaal Product per hoofd dat 23 maal lager is dan Belgi\u00eb. Desondanks slaagt het erin op punten, die de levenskwaliteit aanduiden, hetzelfde niveau te halen als Belgi\u00eb.<br \/>\nVergelijk je echter met Ha\u00efti , een buurland van Cuba, op hetzelfde niveau in 1959 bij de machtsovername, dan realiseer je je pas welke enorme inspanningen in Cuba geleverd werden. \u201cVandaag gaat 56% van de Ha\u00eftiaanse kinderen niet naar school. Het in niet omdat de ouders niet gemotiveerd zijn. De hele bevolking is overtuigd van het nut van basisonderwijs. De families werken zich uit de naad om in het verplichte uniform en het schoolgeld van hun kinderen te voorzien. Dit zijn kosten die vereist zijn in de meeste priv\u00e9-scholen (87 % in het totaal) die men vindt in het kleinste dorp. De oprichting van een priv\u00e9-schooltje is in veel gevallen een lucratieve zaak geworden. Toch is voor meer dan de helft van de kinderen de school een onbereikbare droom. Ofwel moeten ze werken om hun gezin te helpen overleven, of worden ze ontmoedigd door de inferieure kwaliteit van het onderwijs. Sommige kinderen gaan naar school, maar na enige tijd haken ze af omdat het dure onderwijs hen niet de jodige praktische kennis en vaardigheden bijbrengt.\u201d (Belgisch Comit\u00e9 voor Unicef, Unicef-info 1998, dossier Ha\u00efti)<\/p>\n<p>Alfabetisatie<\/p>\n<p>In het Cuba van voor de revolutie van januari 1959 was \u00e9\u00e9n op vier van de volwassenen analfabeet. E\u00e9n miljoen kon met moeite lezen en schrijven. 70 % van de plattelandsbevolking had geen toegang tot lager onderwijs. Meer dan een half miljoen kinderen ging niet naar school (55,6 % van de kinderen tussen 6 en 14 jaar). Intussen waren ongeveer 10.000 leerkrachten werkloos.<\/p>\n<p>Bij de machtsovername deed Fidel Castro drie beloften: elke Cubaan krijgt gratis onderwijs en gezondheidszorg en de grond behoort aan de boeren.<br \/>\nIn 1961 werden de scholen gedurende 8 maanden gesloten. 250.000 studenten en leerkrachten werden op pad gestuurd om de plattelandsbevolking te leren lezen en schrijven. Het resultaat was verbluffend: van de 979.000 geregistreerde analfabeten werden er 707.000 gealfabetiseerd. 94,5 % van de bevolking kon nu lezen en schrijven. Bovendien kwamen op die manier duizenden jongeren uit de stad met het platteland in contact, wat deze kloof verkleinde. Deze alfabetisatie werd gevolgd door het bouwen van scholen en het inrichten van allerlei vormen van volwassenenonderwijs. Militaire garnizoenen werden omgebouwd tot scholen.<\/p>\n<p>Het getuigenis van onze gids illustreert dit concreet. Van 1953 tot 1958 volgde zij de lagere school in Guanabo, een dorp aan de noordkust op een 30 km van Havana. Er zaten een honderdtal leerlingen van de kleuterklas tot het zesde leerjaar in \u00e9\u00e9n lokaal met \u00e9\u00e9n onderwijzer. Zij stopte na het vijfde leerjaar. Later trouwde ze en kreeg een kind. In 1966 ging ze terug studeren. Via het volwassenenonderwijs maakte ze eerst haar lagere school af en volgde ze nadien talenonderwijs (Spaans en Frans). Daarna schreef zij zich in aan de faculteit Letteren van de universiteit (5 jaar) en studeerde af in 1977. Sindsdien is ze lerares talen in het volwassenenonderwijs.<\/p>\n<p>Onderwijsstructuur<\/p>\n<p>\u2022 <strong>Het voorschools onderwijs<\/strong><\/p>\n<p><strong>1. Circulo infantil<\/strong><\/p>\n<p>Van 0,5 jaar tot 4 jaar: vergelijkbaar met onze cr\u00e8che en peutertuin.<br \/>\nDit wordt onderverdeeld in groepen per leeftijd. Een groep telt maximum 30 kinderen.<\/p>\n<p><strong>2. Prescolar<\/strong><\/p>\n<p>E\u00e9n jaar kleuteronderwijs voor vijfjarigen, als voorbereiding op de lagere school.<br \/>\nEr zijn 3 types van Circulos infantiles: een extern systeem voor kinderen van werkende moeders; een internaat voor kinderen uit probleemgezinnen; en een voor ontwikkelings-gestoorde kinderen. De externe zijn open van 6 uur \u2018s morgens tot 6 uur \u2018s avonds.<\/p>\n<p>Het schooljaar loopt van september tot juni. In de maanden juli en augustus zijn er vakantie-activiteiten voorzien. Dit voorschools onderwijs niet verplicht. Ongeveer 50 % van de kinderen volgt dit. Vanaf het schooljaar \u201894-&#8217;95 is een nieuw leerplan voorschools onderwijs in heel het land in voege.<\/p>\n<p>\u2022 <strong>Het leerplichtonderwijs<\/strong><\/p>\n<p>Dit omvat het lager onderwijs en het basis secundair onderwijs.<\/p>\n<p>Lestabellen lager onderwijs en basis secundair (in aantal uren per jaar)<br \/>\nLeerjaar 1 tot 4<br \/>\n(x 4 jaar) 5 6 totaal<br \/>\nL.O. 7 8 9 totaal BaSe<br \/>\nwiskunde 200 200 200 1200 140 140 180 460<br \/>\nSpaanse taal 400 240 240 2080 &#8211; &#8211; &#8211; &#8211;<br \/>\nSpaanse literatuur &#8211; &#8211; &#8211; &#8211; 150 140 140 430<br \/>\ngeschiedenis &#8211; 80 80 160 70 120 120 310<br \/>\naardrijkskunde &#8211; &#8211; 80 80 100 120 30 250<br \/>\nvreemde taal &#8211; &#8211; 120 120 120 120 120 360<br \/>\nfysica &#8211; &#8211; &#8211; &#8211; 70 70 30 240<br \/>\nchemie &#8211; &#8211; &#8211; &#8211; &#8211; 70 70 140<br \/>\nbiologie &#8211; &#8211; &#8211; &#8211; 70 70 70 210<br \/>\nwereldori\u00ebntatie 40 &#8211; &#8211; 160 &#8211; &#8211; &#8211; &#8211;<br \/>\nburgerlijke opv. &#8211; 80 &#8211; 80 &#8211; &#8211; 60 60<br \/>\nnatuurwetensch. &#8211; 120 80 200 &#8211; &#8211; &#8211; &#8211;<br \/>\narbeidsopv. +<br \/>\nproductieve arbeid 80 80 80 480 140 70 70 280<br \/>\nlichamelijke opv. 120 80 80 640 70 70 70 210<br \/>\nartistieke opv. 80 80 80 480 70 &#8211; &#8211; 70<br \/>\ncomplementaire activiteiten 80 40 &#8211; 360 &#8211; &#8211; &#8211; &#8211;<br \/>\nTotalen (uren) 1000 1000 1000 6040 1000 990 1030 3020<\/p>\n<p>De schoolkalender van het lager onderwijs omvat 200 lesdagen, opgesplitst in 4 periodes van 10 weken, in totaal 40 weken. Tussen twee periodes is er telkens een week vakantie.<br \/>\nEen vak van 40 uur op jaarbasis, bv. wereldori\u00ebntatie, komt overeen met 1 uur per week.<br \/>\nHet basis secundair (in de steden) telt 35 lesweken. Een vak van 70 uur komt overeen met 2 lesuren per week.<\/p>\n<p><strong>1. Het lager onderwijs<\/strong><\/p>\n<p>Dit wordt onderverdeeld in twee cycli.<br \/>\n&#8211; Het eerste tot het vierde leerjaar.<br \/>\nDe leeractiviteiten duren 30 minuten. Er wordt grote aandacht besteed aan mondelinge -, schriftelijke expressie en rekenen. Er worden elementaire noties van de fysische en sociale wereld waarin de kinderen leven bijgebracht. Er wordt speciale zorg besteed aan de morele opvoeding en de gezondheid van de kinderen.<br \/>\nDe evaluatie gebeurt onder vorm van permanente evaluatie. Pas op het einde van het vierde leerjaar wordt de leerling integraal beoordeeld met o.a. toetsen. Hierbij worden de leerlingen geklasseerd in 5 categorie\u00ebn: uitstekend &#8211; zeer goed &#8211; goed &#8211; voldoende (\u201cregular\u201d) &#8211; onvoldoende.<br \/>\nWie onvoldoende haalt moet overzitten. De leerkracht moet speciale aandacht besteden aan de tekorten. Intussen krijgt de dubbelaar bepaalde verantwoordelijkheden naar andere leerlingen in de klas, waardoor dit overzitten positief wordt ingevuld.<br \/>\n&#8211; Het vijfde en zesde leerjaar<br \/>\nHier treedt de ontwikkeling van algemene intellectuele vaardigheden meer op de voorgrond via natuurwetenschappen, geschiedenis en aardrijkskunde van Cuba. 2 uren per week worden besteed aan o.a. werken o.a. in de moestuin van de school, bezoeken aan ateliers, enz.<\/p>\n<p>25 % van de lagere scholen bevinden zich in de steden, maar omvatten 78 % van de leerlingen. 75 % van de lagere scholen bevinden zich op het platteland met 28 % van de leerlingen.<br \/>\nHet onderwijsnet is tot in de kleinste uithoeken van het platteland uitgebouwd met soms zeer weinig kinderen. Bv. in de bergstreek Sierra del Escambray in centraal Cuba passeerden we een schooltje in een gehucht van enkele huizen. Er was \u00e9\u00e9n klasje met \u00e9\u00e9n leraar en 12 leerlingen voor de eerste vier jaar lager onderwijs.<\/p>\n<p>We bezochten een lagere school in Havanna. Er zaten 504 leerlingen. 25 \u00e0 30 leerlingen per klas. De school was een sportschool. \u2018Deze school zat ook in het uitwisselingsproject voor wiskunde van de Vlaamse overheid. We bezochten het 6de leerjaar. Er waren twee leerkrachten: een voor de mens- en een voor de natuurwetenschappen, plus nog een pedagogische hulp.<br \/>\nDe leerlingen zaten in groepjes taken i.v.m. geschiedenis op te lossen. Er is ook tijd voorzien voor groepjes gevormd rond specifieke interesses van de kinderen: bv. milieu, hoe electriciteit besparen; plastische activiteiten; de persoon van Jos\u00e9 Marti, enz. In de hoeken van de klas stonden de werkjes tentoongesteld. De vragen die we stelden werden door de kinderen zelf beantwoord. Ons trof de mondigheid van de kinderen. Vele kinderen blijken na schooltijd nog veel tijd te besteden aan huiswerk en allerlei karweitjes thuis, vooral bij werkende ouders. We vroegen wat ze later wilden worden: piloot, uitvinder, dokter en verpleegster, alfabetisator, leraar, topsporter \u201cdie reccords breekt\u201d, enz. Bij de motivatie waarom trof ons de wil om hun land vooruit te brengen, nergens hoorden we iets als \u2018persoonlijke carri\u00e8re&#8217; of \u2018veel geld verdienen&#8217;.<br \/>\nDe leerlingen krijgen les van 8 tot 13 uur. \u2018s Namiddags worden er in de verschillende sporttakken geoefend en organiseren de pioniers met de hulp van leerkrachten culturele activiteiten. Ze waren bv. bezig een kamp aan \u2018t voorbereiden met als opdracht hoe vuur maken zonder het milieu te schaden. De kinderen krijgen twee uniformen per jaar van de school. Voor de maaltijden betalen ze enkele pesos per week. Bij gebrek aan middelen worden er weinig handboeken gebruikt en dient er veel opgeschreven te worden.<\/p>\n<p><strong>2. Het basis secundair onderwijs<\/strong><\/p>\n<p>Is een soort gemeenschappelijke middenschool. Er zijn twee types:<br \/>\n&#8211; De stadsscholen (secundaria basica urbana -ESBU) zijn externaten. Zij omvatten 79 % van de leerlingen.Deze hebben 35 weken les en 7 weken arbeid in de landbouw. Hiervoor logeren op het platteland.<br \/>\n&#8211; De plattelandsscholen (secundaria basica en el campo &#8211; ESBEC) met mogelijkheid van internaat. Zij omvatten 21% van de. leerlingen.Deze hebben 42 weken les. Het werk in de landbouw, in de omgeving van de school, is in de weekroosters opgenomen.<br \/>\nAan het programma van beide types (ESBU en ESBEC) worden nog 3 weken examens toegevoegd. In het basis secundair hebben 87% van de leerkrachten een diploma van licentiaat.<\/p>\n<p>\u2022 <strong>Het pre-universitair onderwijs<\/strong><\/p>\n<p>Het leerplan is een uitbreiding en uitdieping van de kennis van het basis secundair onderwijs.<br \/>\nEr zijn twee basistypes:<br \/>\n&#8211; De stadscholen (los institutos preuniversitarios urbanos &#8211; IPU): 36 scholen.<br \/>\nHet werk in de landbouw op het platteland is gegroepeerd gedurende 5 \u00e0 7 weken.<br \/>\n&#8211; De plattelandscholen (los institutos preuniversitarios en el campo &#8211; IPUE): 252 scholen, met mogelijkheid van internaat. Deze laatste omvatten ook het basis secundair onderwijs (USBEC).<br \/>\nEr is dagelijks gedurende 3 uur werk in de landbouw.<br \/>\nNaast deze basistypes zijn er specifieke types. Het betreft een dertigtal specifieke pre-universitaire scholen, waar er een doorgedreven vorming op hoog niveau wordt gegeven o.a. voor de studiegebieden: exacte wetenschappen, pedagogische wetenschappen, sportinitiatie en kunst. Deze scholen zijn gespreid over de provincies. De toegang is afhankelijke van zeer goede resultaten in het basis secundair (bv. 88 % in wiskunde, Spaanse literatuur en andere vereisten). Zij presteren evenveel werk in de landbouw als de basistypes.<br \/>\nIn al deze scholen staan de leerlingen zelf in voor de schoonmaak van de lokalen, het opdienen van het eten, het afruimen en afwassen, enz.<\/p>\n<p>Het lager onderwijs, het basis secundair \u00e9n het pre-universitair onderwijs worden omschreven als algemeen, polytechnisch en arbeidsonderwijs (\u201ceducacion general politechnica y laboral\u201d).<\/p>\n<p><strong>Principes<br \/>\ndie aan het onderwijs ten grondslag liggen<\/strong><\/p>\n<p><strong>1. Gratis onderwijs<\/strong><br \/>\nVoor studenten is er een omvangrijk systeem van beurzen, aan werkenden worden verschillende faciliteiten voor hun studie verleend.<\/p>\n<p><strong>2. Democratisch onderwijs<\/strong><br \/>\nOnderwijs, als een recht en een plicht voor iedereen, is een realiteit in Cuba. Dit betekent echte onderwijskansen voor iedereen, ongeacht leeftijd, geslacht, etnische en religieuze groep of woonplaats. Het doel is de veralgemening van lager en (volledig) secundair onderwijs, en aan kinderen, jongeren en volwassenen de toegang tot alle onderwijsniveaus en -types met inbegrip van het buitengewoon onderwijs te garanderen.<\/p>\n<p><strong>3. Studie en werk<\/strong><br \/>\nDit is een toepassing van het principe het verbinden van theorie met praktijk, school en leven, onderricht en productie.<br \/>\nHet vormingsdoel beoogt het zich bewust worden een producent van sociale goederen te zijn, de kloof tussen intellectuele en handenarbeid op te heffen, het intellectualisme in het onderwijs te bekampen en de interesse voor de omringende wereld te stimuleren.<br \/>\nHet economisch doel is gericht op het integreren van de capaciteiten van de studerenden in de productie en het sociaal werk. Dit verloopt op een gedoseerde en aangepaste manier, zonder dat er afbreuk gedaan wordt aan hun studie, hun culturele, artistieke, sportieve en ontspanningsactiviteiten. Bovendien dragen zij bij in hun eigen onderhoud en leveren een bijdrage aan de staat.<\/p>\n<p><strong>4. Co\u00ebducatie<\/strong><\/p>\n<p><strong>5. Bijdrage van heel de samenleving aan het onderwijzen van het volk<\/strong><\/p>\n<p>De deelname van het volk aan de realisatie en controle van het onderwijs is een garantie voor haar succesvolle ontwikkeling. De sociale organisaties en instellingen spelen hierin een belangrijke rol.<br \/>\n6. Alle onderwijs is openbaar en ressorteert, naargelang het onderwijsniveau, onder de bevoegdheid van respectievelijk de lokale, provinciale of centrale overheid.<\/p>\n<p>\u2022 <strong>Het buitengewoon onderwijs<\/strong><\/p>\n<p>Het regime van &#8220;educacion special&#8221; is semi-internaat of internaat.<br \/>\nDe scholen specialiseren zich in \u00e9\u00e9n of meer van volgende stoornissen: blinden &#8211; slechtzienden &#8211; scheelzienden &#8211; doven &#8211; slechthorenden &#8211; mentale achterstand &#8211; psychische ontwikkelingsachterstand &#8211; gedragsgestoorden &#8211; taalstoornissen &#8211; fysisch-motorisch gehandicapten.<br \/>\nOp dit ogenblik lopen er experimenten om bepaalde types te integreren in het leerplichtonderwijs. De omkadering van logopedisten, orthopedagogen, enz. wordt hierbij gegarandeerd. De leerkrachten krijgen gespecialiseerde bijscholing van en kunnen beroep doen op de hulp van een multidisciplinair team.<\/p>\n<p>\u2022 <strong>Het technisch en beroepsonderwijs<\/strong><\/p>\n<p>De technische of beroepsopleiding wordt op twee niveaus gegeven in zgn. polytechnische centra.<br \/>\n&#8211; Na het (9e jaar) basis secundair onderwijs kan men een vierjarige cyclus volgen.<br \/>\n&#8211; Na het (12e jaar) pre-universitair onderwijs kan men een driejarige cyclus volgen.<br \/>\nDe belangrijkste groepen van studierichtingen zijn:<br \/>\n&#8211; op het niveau basis middelbaar (medio basico):<br \/>\n1. Bodemkunde, ertsen en staal<br \/>\n2. Energie<br \/>\n3. Machinebouw<br \/>\n4. Transport<br \/>\n5. Bouw<br \/>\n6. Landbouw-veeteelt<br \/>\n&#8211; op niveau hoger middelbaar (medio superior):<br \/>\ndezelfde als op het basis middelbaar niveau, met toevoeging van:<br \/>\n7. Suikerindustrie, chemie, voeding en andere.<br \/>\n8. Elektronica, automatisering en communicatie<br \/>\n9. Economie en diensten<br \/>\n10. Andere specialiteiten.<br \/>\nIn het leerplan is wiskunde, fysica, chemie, biologie, fundamentele technische processen, naast moedertaal en de geschiedenis van Cuba opgenomen.<br \/>\nMits een half jaar extra vorming krijgen de afgestudeerden toegang tot het hoger onderwijs.<br \/>\nDaarnaast is er een vakopleiding (\u201cescuela de officios\u201d) voorzien voor leerlingen die achterstand hebben opgelopen in het basis secundair onderwijs.<\/p>\n<p>We bezochten een polytechnisch centrum, gelegen in de provincie Havanna op een 60 km van de hoofdstad. Het is gespecialiseerd in landbouw en veeteelt. Er is ook een opleiding informatica. We werden ontvangen door de de directeur en afgevaardigden van de vakbond en de scholieren. De school beheert 41 hectare landbouwgrond. Er is een eigen irrigatiesysteem ontwikkeld. Zij produceren granen, verschillende soorten knolgewassen en groenten. Ze hebben een veestapel pluimvee, varkens, runderen. Dit dient voor eigen consumptie, maar er zijn ook contracten voor leveringen aan andere instellingen.De polytechnische instituten moeten in principe zelfbedruipend zijn. Op het platteland lukt beter dan in de stad.<br \/>\nHeel de productie gebeurt biologisch, er worden geen pesticiden gebruikt. Al het werk op het land gebeurt door de studenten. Op die manier leren de studenten onafhankelijk te produceren.<br \/>\nWe helpen gedurende handerhalf uur mee onkruid wieden in de groetentuin. Voor sommigen van ons was dit, onder een brandende zon van meer dan 35 graden, geen sinecure.<\/p>\n<p>Nadien was er een ontmoeting met leerkrachten en scholieren. We kregen vragen het Belgisch onderwijssysteem, de kostprijs voor de ouders, het geweld op school in de grote steden, enz.<br \/>\nEen collega uit een Brusselse probleemschool trachtte dit te verklaren. Hij verwees naar het gebrek aan toekomstperspectief, de grote werkloosheid onder jongere migranten, de veelvuldige politiecontroles waaraan zij onderhevig zijn, het racisme en het gebrek aan waardering en respect dat zij ondervinden, de slechte communicatie met de directie, enz.<\/p>\n<p>Na de ontmoeting kwamen een paar Cubaanse jongeren ons opzoeken. Zij vroegen hoe het kwam dat de Belgische scholieren niet georganiseerd zijn in eigen organisaties zoals in Cuba. We bleven het antwoord schuldig. Zij zijn georganiseerd in de overkoepelende Federatie van scholieren van het middelbaar onderwijs (F.E.E.M.). Zij gaven ons hun statuten die misschien inspirerend konden werken. Alle scholieren zijn er lid van. In de scholen verkiezen zij klasverantwoordelijken, school- en provinciaal afgevaardigden. Alle problemen waar scholieren mee te kampen hebben komen aan bod. Zij centraliseren de problemen en stappen ermee naar de directie. Deze heeft een week de tijd om een oplossing, of minstens een verklaring uit te werken die zij op de wekelijkse algemene vergadering van de scholieren te verdedigen. Dit is een open debat waar het er soms hard aan toe gaat. Op onze vraag, welke recente problemen er aan de orde waren, vermelden ze bv. de slechte kwaliteit van het eten en een bepaalde leraar die zijn onderwijsjob niet goed deed. In de studentenorganisatie zelf bespreken ze problemen met jongeren die bv. ongedisciplineerd zijn.<\/p>\n<p>\u2022 <strong>Het volwassenenonderwijs<\/strong><\/p>\n<p>Het is een systeem van avondonderwijs. Dit wordt georganiseerd op drie niveaus in telkens 4 semesters: het elementair niveau, het niveau &#8220;medio basica&#8221;, het niveau &#8220;medio superior&#8221;. Dit laatste geeft toegang tot het hoger onderwijs.<br \/>\nEr zijn verschillende types: algemene vormende, technisch en beroepsgerichte, taalcursussen.<\/p>\n<p>\u2022 <strong>Het hoger onderwijs<\/strong><\/p>\n<p>Er zijn drie vormen van hoger onderwijs, : universiteiten, universitaire centra en hogere instituten. Het onderwijs wordt georganiseerd onder drie modaliteiten: dagonderwijs &#8211; avondonderwijs voor werkenden en als vrije cursussen.<br \/>\nDe onderwezen opleidingen worden gegroepeerd in:<br \/>\nTechnologische wetenschappen (13 %) Natuurwetenschappen en wiskunde (4 %) Landbouw en veeteelt (5 %) Economie (5 %) Sociale en humane wetenschappen (11 %) Pedagogische wetenschappen (31 %) Medische wetenschappen (22 %) Lichamelijke opvoeding (8 %) Kunst (1 %).<br \/>\nEr is een selectie voor de toegang tot de meeste opleidingen: de helft van de punten gaat naar het gemiddelde van de drie jaar pre-universitair, de andere helft gaat naar gerichte toegangsexamens.<\/p>\n<p><strong>De lerarenopleiding<\/strong><\/p>\n<p>Zij wordt georganiseerd in hogere pedagogische instituten, die deel uitmaken van het hoger onderwijs. Er zijn twee types van opleidingen:<br \/>\n&#8211; 5 jaar dagonderwijs voor afgestudeerden van het pre-universitair, het technisch en beroepsonderwijs<br \/>\n&#8211; 5 \u00e0 6 jaar voor werkenden en voor leerkrachten in dienst.<br \/>\nDe basisopleidingen zijn: voorschools onderwijs, lager onderwijs, buitengewoon onderwijs, arbeidsopvoeding, muziek, plastische opvoeding, lichamelijke opvoeding-recreatie en sport, marxime-leninisme, wiskunde\/informatica, chemie, biologie, aardrijkskunde, fysica\/electronica, Spaans\/literatuur, Engels, Russisch.<br \/>\nHet opleidingsconcept vertrekt van de praktijk en gaat via het onderzoek naar de theorie.<br \/>\nDe opleidingen besteden veel aandacht aan observaties, stages in de stads- en plattelandsscholen. De studenten worden betrokken in wetenschappelijk onderzoek. In het 5de jaar moeten ze een probleem dat zich in de school stelt oplossen.<br \/>\nWat het niveau van de opleiding en het diploma betreft wordt er geen onderscheid gemaakt tussen bv. kleuterleidsters en (onze) licentiaten.<\/p>\n<p><strong>Postgraduaatsopleidingen i.v.m. onderwijs<\/strong><\/p>\n<p>Zij hebben twee functies:<br \/>\n&#8211; het organiseren van bijscholing van leerkrachten.<br \/>\n&#8211; het inrichten van meestercurussen.<\/p>\n<p>Deze laatste bestaat uit twee types, die modulair zijn ingericht:<\/p>\n<p>1. Meester in onderwijs: naast een algemeen gedeelte is er keuze tussen volgende opties:<br \/>\nvoorschools onderwijs, lager-, secundair-, buitengewoon-, technisch en beroepsonderwijs, universitair docent, directie, opvoeding tot (intellectuele) creativiteit.<\/p>\n<p>2. Meester in planning, administratie en supervisie van onderwijssystemen.<br \/>\nOok hier vertrekt het opleidingsconcept van de praktijk en gaat men via het onderzoek naar de theorie. De scholen signaleren de problemen die zich aan de basis stellen. De overheid inventariseert ze en stelt in samenspraak met de pedagogische instituten onderzoeksprojecten op. De cursisten worden betrokken in het onderzoek en formuleren oplossingen.<br \/>\nDeze centra staan open voor alle Cubaanse leerkrachten. De bijscholing wordt georganiseerd in de schoolvakanties. Er bestaat de mogelijkheid van een sabbatsjaar. Daarenboven richten ze zich in het bijzonder naar Latijns-Amerika en de Cara\u00efben. Cuba speelt een voortrekkersrol in de regio. Er worden internationale congressen georganiseerd waar de resultaten van het onderzoek worden gepresenteerd.<\/p>\n<p>Statistisch overzicht &#8211; gegevens van het schooljaar 1993-94<br \/>\nOnderwijsniveau leerlingen leerkrachten scholen<br \/>\nvoorschools onderwijs 296.599 32.825 1.156<br \/>\nlager onderwijs 983.459 76.193 9.440<br \/>\nbasis secundair onderwijs 350.754 26.021 995<br \/>\npre-universitair onderwijs 108.386 13.585 318<br \/>\ntechnisch- en beroepsonderwijs 259.355 29.996 609<br \/>\nvakopleiding 28.967 4.743 173<br \/>\nbuitengewoon onderwijs 57.165 15.175 501<br \/>\nvolwassenenonderwijs 114.265 7.879 438<br \/>\nhoger onderwijs 176.200 23.300 46<\/p>\n<p>Gevolgen van de \u2018speciale periode&#8217; op onderwijs<\/p>\n<p>Het embargo van de Verenigde Staten verbiedt Amerikaanse bedrijven en bedrijven die gericht zijn op de Amerikaanse markt handel drijven met de Cuba.<br \/>\nSinds de ineenstorting van het socialisme in Oost-Europa in 1989 viel de buitenlandse handel van Cuba op \u00e9\u00e9n derde terug. Alles moest nu in harde dollars betaald worden. De gevolgen voor het Cubaanse onderwijs waren rampzalig. Van de ene dag op de andere viel alle hulp van de Sovjetunie weg: verfproducten en materialen voor het onderhoud van schoolgebouwen, didactisch materiaal, handboeken voor leerlingen en leerkrachten, enz..<br \/>\nDe Cubanen wijzen erop dat in de 10 jaar van &#8220;periodo especial&#8221; die er sindsdien verlopen zijn er geen enkele school gesloten is, geen enkele leerkracht afgedankt. Integendeel er zijn nieuwe scholen opgericht met bijkomend personeel. Sinds februari 1999 zijn de lonen van alle leerkrachten gelijkgesteld, het hoger onderwijs uitgezonderd. Voor de laagste categorie\u00ebn betekent dit een verhoging van 30 %.<\/p>\n<p>Dit ontlokte een bittere reactie bij een aantal van onze Belgische collega&#8217;s. Sinds 1989 geldt in Belgi\u00eb ook een \u2018speciale periode&#8217;. Sindsdien is de financieringswet van kracht waarbij de centrale overheid de middelen voor het onderwijs van de gemeenschappen systematisch beperkt. In het franstalige landsgedeelte zijn 5000 leerkrachten afgedankt. In Vlaanderen gaan we dezelfde weg op. Als we ons hierbij neerleggen ziet onze toekomt er somber uit.<br \/>\nDeze duik in het onderwijsbad van het zonnige Cuba werkte alvast verfrissend.<\/p>\n<p>Hugo Van Droogenbroeck<br \/>\nlerarenopleiding Hogeschool Antwerpen, syndikaal afgevaardigde COC.<\/p>\n<p>(Dit artikel verscheen in Brandpunt, het maandblad van de Christelijke Onderwijs Centrale COC)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Tijdens de paasvakantie van 1999 trokken 18 leerkrachten naar Cuba om daar gedurende 14 dagen het onderwijssysteem van nabij te bestuderen. De groep was verdeeld in 9 Franstaligen &#8211; 9 Nederlandstaligen. Alle onderwijsniveaus waren vertegenwoordigd: zowel kleuter-, lager -, secundair-, buitengewoon-, hoger -, kunstonderwijs als sociale promotie. Vier leden van COC, waarvan drie syndikale afgevaardigden, waren van de partij.<\/p>\n","protected":false},"author":6,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[],"tags":[],"class_list":["post-927","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/927","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/6"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=927"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/927\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=927"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=927"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=927"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}