{"id":9007,"date":"2017-07-09T19:33:00","date_gmt":"2017-07-09T18:33:00","guid":{"rendered":"http:\/\/www.skolo.org\/?page_id=9007\/"},"modified":"2017-08-16T14:38:35","modified_gmt":"2017-08-16T13:38:35","slug":"onderwijsnetten-inschrijvingsbeleid-onderwijsvorm-en-financiering","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/onderwijsnetten-inschrijvingsbeleid-onderwijsvorm-en-financiering\/","title":{"rendered":"Onderwijsnetten, inschrijvingsbeleid, onderwijsvorm en financiering"},"content":{"rendered":"<h1 class=\"western\" lang=\"nl-BE\"><span style=\"font-size: x-large;\">De mechanismen van de schoolse ongelijkheid<\/span><\/h1>\n<p lang=\"nl-BE\">In sommige Europese landen zijn de schoolse resultaten zeer sterk afhankelijk van de sociale afkomst van de leerlingen. In andere landen is die samenhang veel minder aanwezig. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het PISA-onderzoek. Hoe kan je de verschillen tussen onderwijssystemen verklaren? Een statistische analyse van de studiedienst van Ovds op basis van de gegevens van PISA 2015 toont aan dat de belangrijkste verklaring ligt in de structurele kenmerken van de onderwijssystemen. De studie duidt alle mechanismen aan die sociale segregatie veroorzaken: de vrijheid van de ouders om een school te kiezen, de polarisering tussen concurrerende netten, de vrijheid van de schoolleiding om leerlingen te rekruteren, de vroegtijdige opsplitsing van de leerlingen in onderwijsvormen. Het niveau van de financiering van het (basis)onderwijs blijkt ook een belangrijke factor te zijn.<\/p>\n<h2 lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\">Het geval Nederland<\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">In de grafieken bij deze studie zal men merken dat Nederland vaak een atypische positie inneemt. Het Nederlandse onderwijssysteem kent een zeer vrije schoolmarkt en vroegtijdige studiekeuze. Toch blijken de resultaten van de Nederlandse leerlingen in PISA 2015 niet meer dan gemiddeld samen te hangen met hun sociale afkomst. Zouden onze noorderburen het miraculeus recept gevonden hebben voor een onderwijs dat vrijheid, meritocratie en rechtvaardigheid combineert?<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Bij nader toezien blijken de Nederlandse PISA-resultaten onvoldoende betrouwbaar. Bij het internationaal PISA-onderzoek worden in elk land een representatief staal van scholen geselecteerd om deel te nemen aan de testen. Meestal zijn de offici\u00eble scholen verplicht deel te nemen. In sommige landen, zoals Nederland, laat men de scholen een grote vrijheid om al dan niet deel te nemen. Als een school weigert mee te doen aan de PISA-testen, wordt ze vervangen door een andere school. Daardoor wordt het staal minder representatief en ontstaat er mogelijk een scheeftrekking in het onderzoek. Je kan vermoeden dat vooral de scholen die in moeilijke omstandigheden werken afhaken.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">De verantwoordelijken voor het PISA-onderzoek vinden dat minstens 85% van de initieel geselecteerde scholen moeten deelnemen opdat de steekproef representatief zou zijn. Tussen 85% en 65% wordt de representativiteit \u201caanvaardbaar\u201d genoemd. De meeste Europese landen halen een deelnamegraad van meer dan 85% of zelfs bijna 100%. Twee landen zitten op de rand: het Verenigd Koninkrijk (84%) en Belgi\u00eb (83%). Itali\u00eb zit met 74% in de categorie \u201caanvaardbaar\u201d. Nederland, met zijn zeer liberaal onderwijskarakter, zit onder de tolerantiedrempel: van de 201 initieel geselecteerde scholen hebben er 125 toegestemd om deel te nemen, dus slechts 63%.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Strikt genomen kunnen de Nederlandse PISA-resultaten niet als \u201caanvaardbaar\u201d worden beschouwd. Om te vermijden dat men ons zou beschuldigen van manipulatie van de gegevens, hebben we Nederland echter niet weggelaten uit onze statistische studie. We zullen soms twee resultaten vermelden, met en zonder Nederland.<\/p>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\">1. <\/span><span lang=\"nl-BE\">Maatstaf voor de rechtvaardigheid van onderwijssystemen<\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">Er bestaan meerdere methodes om te meten of een onderwijssysteem meer of minder \u201csociaal rechtvaardig\u201d is. Met \u201crechtvaardigheid\u201d (in het Frans spreekt men van \u201cequit\u00e9\u201d) bedoelen we dat de resultaten van de leerlingen statistisch onafhankelijk zijn van hun sociale afkomst. Een \u201crechtvaardig\u201d onderwijssysteem betekent dan niet dat er geen verschillen zijn tussen de leerlingen maar wel dat die verschillen niet verbonden zijn met hun sociale afkomst.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Een mogelijke methode is het verschil berekenen van de gemiddelde scores van de \u201carme\u201d en de \u201crijke\u201d leerlingen (bijvoorbeeld de leerlingen van het eerste en het vierde sociaaleconomisch kwartiel). Een andere methode is de PISA-scores te vergelijken met de sociale afkomst van de leerlingen met behulp van de statistische techniek van de \u201clineaire regressie\u201d. We meten dan met hoeveel punten de gemiddelde PISA-score stijgt als de sociaaleconomische index met een eenheid stijgt. Hoe groter de bekomen co\u00ebffici\u00ebnt is, des te ongelijker (onrechtvaardiger) is het onderwijssysteem. Diezelfde lineaire regressie kan ook gebruikt worden om te meten hoeveel procent van de verschillen in de scores tussen de leerlingen kan verklaard worden door hun sociale afkomst: dit is de statistische determinatieco\u00ebffici\u00ebnt (symbool R\u00b2).<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Wij hebben in deze studie de drie methoden gebruikt om telkens een grootheid te berekenen en om op basis van de drie grootheden een gecombineerde \u201cindex van (sociale) rechtvaardigheid\u201d (in het Frans: indice d\u2019\u00e9quit\u00e9) te berekenen. De berekeningen slaan op de scores van PISA 2015 voor zowel leesvaardigheid als wiskundige geletterdheid en wetenschappelijke geletterdheid.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">De waarden van deze \u201cindex van rechtvaardigheid\u201d zijn altijd negatief. Een waarde nul zou betekenen dat er geen enkel verband bestaat tussen de sociale afkomst van de leerlingen en hun PISA-scores. Van de bestudeerde Europese landen hebben IJsland (- 0,54) en Noorwegen (- 0,68) de hoogste index (de waarde ligt het dichtst bij nul). De kleinste index van rechtvaardigheid vinden we in Hongarije (- 1,44). Frankrijk (- 1,38). De Federatie Walloni\u00eb Brussel (- 1,33) en Vlaanderen (-1,19) bekleden de derde, vijfde en zevende slechtste plaats in deze rangschikking.<\/p>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-9017\" src=\"http:\/\/www.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/01_dossier-217x300.png\" alt=\"\" width=\"217\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/01_dossier-217x300.png 217w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/01_dossier-304x420.png 304w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/01_dossier.png 550w\" sizes=\"auto, (max-width: 217px) 100vw, 217px\" \/><\/h2>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\">2. <\/span><span lang=\"nl-BE\">Rechtvaardigheid schaadt de gemiddelde scores niet <\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">Men beweert soms dat de onderwijssystemen die meer rechtvaardigheid (in de betekenis die we hier gebruiken: de resultaten van de leerlingen zijn minder afhankelijk van hun sociale afkomst) kennen, minder goed scoren voor de gemiddelde prestaties. Wij hebben deze hypothese onderzocht door onze index van rechtvaardigheid voor elk land te vergelijken met de gemiddelde score (in leesvaardigheid, wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid) bij PISA.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Het resultaat van deze vergelijking is duidelijk: waar de stelling van de \u201cneerwaartse nivellering\u201d een negatieve correlatie tussen deze twee variabelen zou inhouden, stellen we een beperkte maar duidelijke positieve correlatie vast, zoals blijkt uit de stijgende regressielijn in de grafiek. We kunnen dus, zonder reeds een oordeel te willen vellen over een onderliggend oorzakelijk verband, stellen dat rechtvaardigheid en goede gemiddelde scores elkaar niet uitsluiten, maar eerder samen gaan.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-9018\" src=\"http:\/\/www.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/02_dossier-275x300.png\" alt=\"\" width=\"275\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/02_dossier-275x300.png 275w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/02_dossier-386x420.png 386w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/02_dossier.png 537w\" sizes=\"auto, (max-width: 275px) 100vw, 275px\" \/><\/p>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\">3. <\/span><span lang=\"nl-BE\">Sociale segregatie<\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">Er bestaan meerdere methodes om de graad van sociale segregatie van een onderwijssysteem te meten. We stellen er twee voor.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Een eerste methode bestaat er in het numeriek belang van de scholen met een sterke sociale segregatie rechtstreeks te meten. We nemen de scholen waarvan de sociaaleconomische index meer dan een halve standaardafwijking afwijkt van de sociaaleconomsche index van het land (onderwijssysteem). Het percentage leerlingen dat in deze \u201cconcentratiescholen\u201d zit, is een goede maatstaf voor de sociale segregatie. We stellen vast dat ons Vlaams (VLG) en Franstalig (FWB) onderwijs en Frankrijk (FRA) zich in het koppeloton bevinden van de meest gesegregeerde onderwijssystemen.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">We kunnen ook een segregatie-index berekenen volgens de definitie van Stephen Gorard: het percentage leerlingen van een gegeven categorie dat van school zou moeten veranderen om een uniforme verdeling over alle scholen te bekomen. Wij hebben deze berekening gedaan voor de leerlingen die behoren tot het armste en het rijkste sociaaleconomisch kwartiel (25 procent armste en 25 procent rijkste leerlingen). Deze index is iets minder ongunstig voor Belgi\u00eb en Frankrijk, maar de kloof met de Scandinavische landen blijft belangrijk.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Deze twee indexen weerspiegelen dus zowel de segregatie van de minst begunstigde leerlingen in arme concentratiescholen als de omgekeerde segregatie in rijke concentratiescholen.<\/p>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-9020\" src=\"http:\/\/www.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/04_dossier-199x300.png\" alt=\"\" width=\"199\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/04_dossier-199x300.png 199w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/04_dossier-278x420.png 278w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/04_dossier.png 511w\" sizes=\"auto, (max-width: 199px) 100vw, 199px\" \/><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-9019\" src=\"http:\/\/www.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/03_dossier-199x300.png\" alt=\"\" width=\"199\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/03_dossier-199x300.png 199w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/03_dossier-278x420.png 278w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/03_dossier.png 511w\" sizes=\"auto, (max-width: 199px) 100vw, 199px\" \/><\/h2>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\">4. <\/span><span lang=\"nl-BE\">Sociale mix en rechtvaardigheid gaan samen<\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">In de wetenschappelijke literatuur zijn er veel bewijzen van de stelling dat de onderwijssystemen met de grootste sociale segregatie ook de meest onrechtvaardige zijn. Onze studie bevestigt deze stelling ook. Om het even volgens welke methode we de sociale segregatie tussen de scholen meten, we stellen een sterke negatieve correlatie vast met de index van rechtvaardigheid (die we hoger hebben gedefinieerd).<\/p>\n<p><span lang=\"nl-BE\">Zo vindt men bijvoorbeeld een determinatieco\u00ebffici\u00ebnt <\/span><span lang=\"nl-BE\">R\u00b2 = 46,2 % v<\/span><span lang=\"nl-BE\">oor de correlatie tussen het percentage leerlingen in concentratiescholen en de index van rechtvaardigheid. <\/span><\/p>\n<p><span lang=\"nl-BE\">Kan je uit deze cijfers afleiden dat de verschillen tussen de Europese landen betreffende rechtvaardigheid voor <\/span><span lang=\"nl-BE\">46% worden <\/span><span lang=\"nl-BE\">\u201cverklaard\u201d door verschillen inzake sociale segregatie? Of anders gezegd: dat een sterke sociale mix in het algemeen een grotere gelijkheid van de resultaten garandeert? Die conclusie is voorbarig. Je kan immers ook een omgekeerde causaliteit vermoeden. In de onderwijssystemen waar de scores van de leerlingen minder afhangen van de sociale afkomst, zouden de ouders van de sociaal begunstigde leerlingen minder de tendens kunnen vertonen op zoek te gaan naar een school waar \u201csoort bij soort zit\u201d. En de meest gegeerde scholen zijn er misschien minder geneigd om een vorm van sociale selectie aan de ingang toe te passen. Je zou ook kunnen veronderstellen dat externe, sociale of culturele kenmerken beide fenomenen, de onrechtvaardigheid in de resultaten en de sociale segregatie, verklaren. <\/span><\/p>\n<p><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-9021\" src=\"http:\/\/www.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/05_dossier-275x300.png\" alt=\"\" width=\"275\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/05_dossier-275x300.png 275w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/05_dossier-386x420.png 386w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/05_dossier.png 537w\" sizes=\"auto, (max-width: 275px) 100vw, 275px\" \/><\/p>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\">5. <\/span><span lang=\"nl-BE\">De segregatie doet de gemiddelde resultaten dalen <\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">We onderzoeken de hypothese of een grotere sociale mix gepaard zou gaan met een daling van de gemiddelde resultaten. We stellen precies het omgekeerde vast. De sociale segregatie, om het even met welke methode men ze meet, is systematisch negatief gecorreleerd met de scores in het PISA-onderzoek. Als we de segregatie-index van Gorard vergelijken met het gemiddelde van de drie scores (leesvaardigheid, wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid), vinden we een negatieve lineaire correlatie (R\u00b2 = 20,9%). Dat betekent dat m\u00e9\u00e9r segregatie in het algemeen gepaard gaat met zwakkere gemiddelde scores.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Maar misschien is een grotere sociale segregatie bevorderlijk voor de gemiddelde scores van de leerlingen uit de sociaal meest begunstigde gezinnen? Ook deze hypothese lijkt niet te kloppen. Als we enkel de leerlingen van het hoogste sociaaleconomisch kwartiel (de 25 procent rijkste leerlingen) beschouwen, verkrijgen we, naargelang de gebruikte methode, een correlatie die negatief is of bijna nul. Als de sociale segregatie leerlingen uit de hogere sociale groepen een relatief voordeel geeft ten opzichte van leerlingen uit de lagere sociale groepen, biedt ze hen integendeel geen enkel voordeel en zelfs eerder een licht nadeel in absolute termen inzake leerprestaties.<\/p>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-9022\" src=\"http:\/\/www.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/06_dossier-275x300.png\" alt=\"\" width=\"275\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/06_dossier-275x300.png 275w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/06_dossier-386x420.png 386w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/06_dossier.png 537w\" sizes=\"auto, (max-width: 275px) 100vw, 275px\" \/><\/h2>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\">6. <\/span><span lang=\"nl-BE\">Enkele factoren van segregatie<\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">We hadden het al over de moeilijkheid om de onderliggende oorzakelijke verbanden te bepalen van de correlatie tussen segregatie en onrechtvaardigheid. Leidt de sociale segregatie tot onrechtvaardigheid? Of is het omgekeerd? Of is er een verband in de twee richtingen?<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Om dit dilemma op te lossen, zullen we een pragmatische aanpak hanteren. We zullen eerst een aantal structurele kenmerken van de onderwijssystemen identificeren die rechtstreeks voortvloeien uit politieke keuzes en die sociale segregatie kunnen veroorzaken. Daarna zullen we onderzoeken of deze kenmerken al dan niet gecorreleerd zijn met de graad van rechtvaardigheid van het onderwijssysteem. Indien het antwoord \u201cja\u201d is, hebben we nog altijd geen zekerheid dat sociale segregatie onrechtvaardigheid produceert maar hebben we minstens aangetoond dat een onderwijsbeleid dat de sociale mix bevordert eveneens de sociale rechtvaardigheid van het onderwijssysteem verhoogt.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Wij willen het effect meten van twee grote categorie\u00ebn van kenmerken. Kenmerken verbonden met een vrije onderwijsmarkt (de keuzevrijheid van de ouders, de concurrentie tussen de onderwijsnetten, de vrijheid van de scholen om leerlingen te rekruteren) en kenmerken die een hi\u00ebrarchische ori\u00ebntatie genereren.<\/p>\n<table border=\"1\" width=\"763\" cellspacing=\"0\" cellpadding=\"6\">\n<colgroup>\n<col width=\"186\" \/>\n<col width=\"170\" \/>\n<col width=\"369\" \/> <\/colgroup>\n<tbody>\n<tr valign=\"TOP\">\n<td colspan=\"2\" bgcolor=\"#ffffff\" width=\"369\" height=\"10\">\n<p lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\"><strong>Variabelen die kenmerkend zijn voor de organisatie van een quasi vrije schoolmarkt<\/strong><\/p>\n<\/td>\n<td width=\"369\"><\/td>\n<\/tr>\n<tr valign=\"TOP\">\n<td bgcolor=\"#ffffff\" width=\"186\" height=\"102\">\n<p lang=\"fr-FR\" align=\"LEFT\">Keuzevrijheid van de ouders<\/p>\n<\/td>\n<td colspan=\"2\" bgcolor=\"#ffffff\" width=\"552\">\n<p lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\">Deze index hebben we samengesteld op basis van gegevens van Eurydice betreffende het inschrijvingsbeleid in het openbaar lager onderwijs. Voor het privaatrechterlijk onderwijs wordt deze index verondersteld 1 te zijn (volledige vrijheid). De index is dan een gemiddelde van deze twee waarden, gewogen volgens het relatief aandeel van het openbaar en privaatrechterlijk onderwijs in het land.<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr valign=\"TOP\">\n<td bgcolor=\"#ffffff\" width=\"186\" height=\"102\">\n<p lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\">Polarisatie in openbare en privaatrechterlijke onderwijsnetten<\/p>\n<\/td>\n<td colspan=\"2\" bgcolor=\"#ffffff\" width=\"552\">\n<p lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\">Deze index evalueert in welke mate de onderwijssystemen zijn verdeeld in concurrerende openbare en privaatrechterlijke netten. Als het aandeel van beide netten ongeveer 50% is, zal de index hoog liggen. In de landen waar de meeste leerlingen in een zelfde (openbaar of vrij) net school lopen, ligt de index dicht bij nul.<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr valign=\"TOP\">\n<td bgcolor=\"#ffffff\" width=\"186\" height=\"83\">\n<p lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\">Vrijheid van rekrutering van de leerlingen door de scholen<\/p>\n<\/td>\n<td colspan=\"2\" bgcolor=\"#ffffff\" width=\"552\">\n<p lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\">Deze index meet of de scholen vrij zijn om hun leerlingen te selecteren op basis van vroegere schoolresultaten (hoge index) of eerder verplicht zijn voorrang te geven aan leerlingen uit een bepaalde zone (lagere index). De gegevens komen uit de antwoorden van de schooldirecteurs in het luik \u201cscholen\u201d van het PISA-onderzoek. .<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr valign=\"TOP\">\n<td colspan=\"2\" bgcolor=\"#ffffff\" width=\"369\" height=\"26\">\n<p lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\"><b>Variabelen die kenmerkend zijn voor de opsplitsing in hi\u00ebrarchische onderwijsvormen<\/b><\/p>\n<\/td>\n<td width=\"369\"><\/td>\n<\/tr>\n<tr valign=\"TOP\">\n<td bgcolor=\"#ffffff\" width=\"186\" height=\"71\">\n<p align=\"LEFT\">Graad van opsplitsing<\/p>\n<\/td>\n<td colspan=\"2\" bgcolor=\"#ffffff\" width=\"552\">\n<p lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\">Het percentage leerlingen, op de leeftijd van 15 jaar, dat niet in de \u201cbelangrijkste\u201d onderwijsvorm zit (meestal het algemeen vormende onderwijs). In Vlaanderen zit 45% van de 15-jarige leerlingen in het aso. De index bedraagt er dus 0,55.<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr valign=\"TOP\">\n<td bgcolor=\"#ffffff\" width=\"186\" height=\"25\">\n<p align=\"LEFT\">Aantal jaren opsplitsing<\/p>\n<\/td>\n<td colspan=\"2\" bgcolor=\"#ffffff\" width=\"552\">\n<p lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\">Deze index is gelijk aan het aantal jaren dat de leerlingen reeds zijn opgespitst in verschillende onderwijsvormen v\u00f3\u00f3r de leeftijd van 15.<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\">7. <\/span><span lang=\"nl-BE\">De onderwijsmarkt schaadt de rechtvaardigheid<\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">We beschikken nu over de hulpmiddelen die toelaten om de impact van de factoren van segregatie \u2013 enerzijds de quasi vrije markt en anderzijds de opsplitsing in onderwijsvormen \u2013 op de rechtvaardigheid van de onderwijssystemen te meten.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">We beginnen met de drie variabelen die kenmerkend zijn voor de quasi vrije onderwijsmarkt. Een berekening van de lineaire regressie toont dat deze drie variabelen (keuzevrijheid van de ouders, polarisatie tussen onderwijsnetten, vrijheid van rekrutering voor de scholen) minstens 34% van de verschillen inzake rechtvaardigheid tussen de Europese onderwijssystemen verklaren. Als we geen rekening houden met Nederland, omdat hun staal van deelnemende scholen aan het PISA-onderzoek niet representatief was, stijgt het aandeel van de variantie inzake rechtvaardigheid dat wordt verklaard door de vrije schoolmarkt tot 45,1%.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">De co\u00ebffici\u00ebnten die door de lineaire regressie worden bekomen laten ons toe de drie indexen van de quasi vrije schoolmarkt te combineren. We zien dan in de grafiek (rechts onderaan) dat het Vlaams (VLG) en het Franstalig (FWB) onderwijs tot de onderwijssystemen behoren met de hoogste index van de vrije schoolmarkt. De positie van Frankrijk (FRA), helemaal onderaan, kan verrassend lijken als men weet dat er een relatief dwingend inschrijvingsbeleid (met de \u201ccarte scolaire\u201d) bestaat. Maar dit land kent ook een sterke polarisatie tussen het openbaar en het privaatrechterlijk onderwijs en de vrijheid van de schoolhoofden om leerlingen al dan niet toe te laten in de private scholen is er groot.<\/p>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-9023\" src=\"http:\/\/www.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/07_dossier-275x300.png\" alt=\"\" width=\"275\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/07_dossier-275x300.png 275w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/07_dossier-386x420.png 386w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/07_dossier.png 537w\" sizes=\"auto, (max-width: 275px) 100vw, 275px\" \/><\/h2>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\">8. <\/span><span lang=\"nl-BE\">Een lange \u201cgemeenschappelijke stam\u201d is bevorderlijk voor de rechtvaardigheid<\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">We maken nu dezelfde oefening voor de variabelen die kenmerkend zijn voor \u201ctracking\u201d: de min of meer vroegtijdige opsplitsing van de leerlingen in hi\u00ebrarchische onderwijsvormen en de graad van opsplitsing. We stellen vast dat de combinatie van de twee variabelen toelaat toe om minstens 41% van de variantie tussen de Europese onderwijssystemen inzake rechtvaardigheid te verklaren. Als we Nederland niet meetellen, komen we aan 46%.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Een langdurige gemeenschappelijke stam is dus statistisch verbonden met een grotere gelijkheid van de resultaten volgens sociale afkomst.<\/p>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-9024\" src=\"http:\/\/www.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/08_dossier-275x300.png\" alt=\"\" width=\"275\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/08_dossier-275x300.png 275w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/08_dossier-386x420.png 386w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/08_dossier.png 537w\" sizes=\"auto, (max-width: 275px) 100vw, 275px\" \/><\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\">9. <\/span><span lang=\"nl-BE\">Het gecombineerd effect van de structuren die segregatie genereren<\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p><span lang=\"nl-BE\">34% \u00e0 45% voor de quasi vrije markt, 41% \u00e0 46% voor de \u201ctracking\u201d (opsplitsing in onderwijsvormen) \u2026 Betekent dit dat door al deze variabelen, dus alle kenmerken die segregatie genereren, te combineren, meer dan 80% van de rechtvaardigheid in de onderwijssystemen kan verklaard worden? Neen! Men mag de R<\/span><sup><span lang=\"nl-BE\">2<\/span><\/sup><span lang=\"nl-BE\"> (determinatieco\u00ebffici\u00ebnten) niet gewoon optellen want de variabelen van de quasi vrije schoolmarkt en van de tracking zijn niet onafhankelijk van elkaar: de landen waar de leerlingen later worden opgesplitst in onderwijsvormen, zijn vaak ook diegene die minder vrijheid voor de schoolmarkt toelaten.<\/span><\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">In werkelijkheid laat de combinatie van de vijf structurele variabelen toe om 44% \u00e0 55% (met of zonder Nederland) van de variantie inzake rechtvaardigheid te verklaren. Dat is een hoog percentage. Het betekent dat men onmogelijk de sociale ongelijkheid in het onderwijs kan verminderen zonder tegelijkertijd de twee belangrijke mechanismen aan te pakken die er voor verantwoordelijk zijn: de vrije schoolmarkt en de vroegtijdige selectie\/ori\u00ebntatie van de leerlingen.<\/p>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-9025\" src=\"http:\/\/www.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/09_dossier-275x300.png\" alt=\"\" width=\"275\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/09_dossier-275x300.png 275w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/09_dossier-386x420.png 386w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/09_dossier.png 537w\" sizes=\"auto, (max-width: 275px) 100vw, 275px\" \/><\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\">10. <\/span><span lang=\"nl-BE\">Minder ongelijkheid als het lager onderwijs beter wordt gefinancierd<\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">Sommigen beweren dat het niveau van financiering van het onderwijs geen zeer belangrijke factor zou zijn. Om deze stelling te onderzoeken hebben we een index van de financiering opgesteld, gebaseerd op het verband tussen de onderwijsuitgaven per leerling (in het lager en het lager secundair onderwijs) en het BBP (bruto binnenlands product) per inwoner van het betreffende land. Deze index meet dus de financiering in verhouding tot de rijkdom van het land.<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">In de grafiek zien we dat het Franstalig onderwijs (FWB) en Frankrijk zich in de Europese middenmoot bevinden en dat het Vlaams onderwijs (VLG) iets beter gefinancierd is. Zwitserland, Ierland en de Scandinavische landen behoren tot de meest genereuze landen.<\/p>\n<p><span lang=\"nl-BE\">Deze index van financiering verklaart ongeveer 7% van de variantie inzake rechtvaardigheid (R<\/span><sup><span lang=\"nl-BE\">2<\/span><\/sup><span lang=\"nl-BE\"> = 6,77%). Er is uiteraard een positieve correlatie: een betere financiering komt overeen met meer rechtvaardigheid. Als we deze variabele toevoegen aan ons vorig model, komen we tot een resultaat waarbij alle variabelen samen 49,5% (+5,8 %), of zelfs 65,1% als men Nederland niet meetelt (+10 %), van de verschillen inzake rechtvaardigheid tussen de Europese onderwijssystemen kunnen verklaren. In de grafiek zijn de landen rechts diegene met de meest uitgesproken segregerende structuren en met de meest bescheiden financiering.<\/span><\/p>\n<p><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-9026\" src=\"http:\/\/www.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/10_dossier-275x300.png\" alt=\"\" width=\"275\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/10_dossier-275x300.png 275w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/10_dossier-386x420.png 386w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/10_dossier.png 537w\" sizes=\"auto, (max-width: 275px) 100vw, 275px\" \/><\/p>\n<h2 lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\">11. De bewezen effici\u00ebntie van het programma van Ovds<\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p><span lang=\"nl-BE\">Wanneer we ook nog de graad van zittenblijven toevoegen aan ons statistisch model, bedraagt het aandeel van de variantie inzake rechtvaardigheid die verklaard wordt door alle vernoemde kenmerken (segregatie, financiering, zittenblijven) 52,8% (met Nederland) \u00e0 66,7% <\/span><span lang=\"nl-BE\">(zonder <\/span><span lang=\"nl-BE\">Nederland).<\/span><\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Door de combinatie van de factoren van segregatie en de variabelen \u201cfinanciering\u201d en \u201czittenblijven\u201d kunnen we een index \u201conderwijssysteem\u201d samenstellen die in de grafiek wordt uitgezet volgens de horizontale as. De landen rechts in de grafiek combineren de kenmerken van een zeer liberale schoolmarkt met een zwakke financiering en het veelvuldig zittenblijven. De landen bovenaan links in de grafiek kennen geen grote vrije schoolmarkt, maken weinig gebruik van zittenblijven en besteden meer financi\u00eble middelen aan hun onderwijs. Het zijn de landen waarvan de onderwijsstructuren eerder overeen komen met wat onze organisatie Ovds voorstelt voor een democratische school. Enkel Nederland schijnt te ontsnappen aan de algemene tendens van deze grafiek, maar de PISA-gegevens van dit land nopen tot voorzichtigheid.<\/p>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignnone size-medium wp-image-9027\" src=\"http:\/\/www.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/11_dossier-275x300.png\" alt=\"\" width=\"275\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/11_dossier-275x300.png 275w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/11_dossier-386x420.png 386w, https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/wp-content\/uploads\/2017\/07\/11_dossier.png 537w\" sizes=\"auto, (max-width: 275px) 100vw, 275px\" \/><\/h2>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<h2 lang=\"en-US\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\"><span lang=\"nl-BE\">12. <\/span><span lang=\"nl-BE\">Sociale ongelijkheid en immigratie zijn geen excuus<\/span><\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">Het is natuurlijk mogelijk dat externe factoren ook een invloed hebben op de graad van rechtvaardigheid van het onderwijs. Je kan bijvoorbeeld vermoeden dat landen met grote ongelijkheden inzake inkomens of vermogen ook een grotere sociale kloof in de schoolse resultaten zullen kennen. Je zou ook de hypothese kunnen opperen dat de aanwezigheid van veel migrantenleerlingen een invloed uitoefent op de rechtvaardigheid van het onderwijssysteem, bijvoorbeeld wegens de schoolse \u201chandicap\u201d betreffende de moedertaal.<\/p>\n<p><span lang=\"nl-BE\">Als variabele om de ongelijkheid van de inkomens te meten, gebruiken we de verhouding tus<\/span><span lang=\"nl-BE\">sen het laagste inkomen van de 20% rijkste en het hoogste inkomen van de 20% armste gezinnen. <\/span><span lang=\"nl-BE\">Als variabele voor de immigratie gebruiken we het percentage 15-jarige leerlingen, afkomstig uit de immigratie. <\/span><\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Tegen alle verwachtingen in verhoogt de toevoeging van deze twee variabelen aan ons model niets (alle landen) of bijna niets (zonder Nederland) aan het verklarend vermogen (aangepaste R\u00b2) ervan. Landen zoals Belgi\u00eb en Frankrijk, die tot de meest onrechtvaardige behoren voor hun onderwijssysteem, kunnen dus hun grotere inkomensongelijkheid of hun groter aantal migranten, in vergelijking met de Scandinavische landen, niet inroepen om hun weinig benijdenswaardige plaats in het klassement van de rechtvaardigheid te verklaren.<\/p>\n<h2 lang=\"nl-BE\" align=\"LEFT\"><span style=\"color: #000000;\"><span style=\"font-family: Helvetica,Arial,sans-serif;\"><span style=\"font-size: large;\">Besluiten <\/span><\/span><\/span><\/h2>\n<p lang=\"nl-BE\">We hebben aangetoond dat de verschillen tussen de Europese onderwijssystemen inzake rechtvaardigheid voor 53% \u00e0 67% (naargelang je de betwistbare resultaten van Nederland al dan niet meetelt) worden verklaard door interne structurele kenmerken van het onderwijssysteem: de graad van keuzevrijheid van de ouders, het bestaan van concurrerende netten, de vrijheid van de scholen om hun leerlingen te selecteren, de al dan niet vroegtijdige en diepgaande opsplitsing in onderwijsvormen (tracking), het financieringsniveau en het gebruik van zittenblijven. Van al deze factoren hebben de structuren die segregatie genereren (quasi vrije onderwijsmarkt en tracking) de grootste impact (49% \u00e0 65%).<\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Deze resultaten bevestigen een centrale stelling van Ovds (Oproep voor een democratische school) -Aped (Appel pour une \u00e9cole d\u00e9mocratique): men kan onmogelijk de rechtvaardigheid in ons onderwijssysteem gevoelig verbeteren zonder tegelijkertijd de twee grote structurele mechanismen aan te pakken die de segregatie en de onrechtvaardigheid produceren, de quasi vrije schoolmarkt (vrije schoolkeuze, netten, \u2026) en de hi\u00ebrarchische selectie volgens onderwijsvormen.<\/p>\n<p><span lang=\"nl-BE\">In ons Franstalig onderwijs belooft het Pacte d\u2019excellence een grote onderwijshervorming. In zijn huidige versie raakt het Pacte d\u2019excellence echter noch aan de netten, noch aan het inschrijvingsbeleid. Het Pacte voorziet weliswaar een gemeenschappelijke stam tot 15 jaar, maar de leerlingen (of hun ouders) moeten op 12 jaar kiezen voor een school die voorbereidt op aso of op een kwalificatierichting. In de feiten zal de vroegtijdige selectie dus grotendeels blijven bestaan. In het Vlaams onderwijs is de hervorming van het secundair onderwijs grotendeels op een non-hervorming uitgedraaid. <\/span><span lang=\"fr-FR\">Als er aan het inschrijvingsbeleid wordt gesleuteld, zou het met de huidige coalitie kunnen uitdraaien op minder regularisering en meer sociale segregatie. <\/span><\/p>\n<p lang=\"nl-BE\">Met de resultaten van onze studie in de hand, roepen we alle onderwijsactoren op om te ijveren voor een hervorming met onder andere:<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p lang=\"nl-BE\">De fusie van de netten in \u00e9\u00e9n openbaar net met een ruime autonomie voor de scholen<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p lang=\"nl-BE\">Een inschrijvingsbeleid gebaseerd op het principe dat de ouders een plaats voor hun kinderen wordt aangeboden in een sociaal gemengde en gemakkelijk bereikbare school, vanaf het begin van de gemeenschappelijke stam<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p lang=\"nl-BE\">Een centrale inschrijvingsprocedure om elke rechtstreekse of onrechtstreekse druk van de schoolhoofden om hun leerlingen te \u201cselecteren\u201d, te vermijden<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p lang=\"nl-BE\">Autonome middenscholen (lager secundair onderwijs), zonder onderwijsvormen en geografisch gescheiden van het hoger secundair onderwijs<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p lang=\"nl-BE\">Een belangrijke verhoging van de omkadering in het basisonderwijs met hoogstens 15 leerlingen per klas in de beginjaren<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De mechanismen van de schoolse ongelijkheid In sommige Europese landen zijn de schoolse resultaten zeer sterk afhankelijk van de sociale afkomst van de leerlingen. In andere landen is die samenhang veel minder aanwezig. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het PISA-onderzoek. Hoe kan je de verschillen tussen onderwijssystemen verklaren? Een statistische analyse van de studiedienst van Ovds [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":24,"featured_media":0,"parent":0,"menu_order":3,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"page-pagebuilder-latest.php","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-9007","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/9007","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/24"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=9007"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/9007\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/blog.skolo.org\/CM\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=9007"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}