De school in verzet tegen aanval op Irak (maart 2003)

Met hun aanval tegen Irak, hun heilige oorlog voor olie, waarbij ze het internationaal recht misprijzen en handelen tegen de wil van hun eigen volkeren, hebben de regeringen van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Australië, Spanje, Japan definitief het masker van de democratie afgeworpen.
Zij tonen aan de wereld de natuur van imperialistische machten die de mensheid aan een dictatuur willen onderwerpen.
Is de houding van Frankrijk, België, Duitsland beter? Ondanks hun afkeuring voor het uitbreken van deze oorlog, blijven de andere regeringen van de rijke westerse wereld fundamenteel solidair met de aanvallende landen en overwegen ze geen enkele ernstige maatregel er tegen. De voorbije 12 jaar hebben zij het moordend embargo ondersteund. In het vooruitzicht van een nakende agressie hebben ze de defensiecapaciteit van Irak helpen ondermijnen door dit land tot ontwapening te verplichten via de dictaten van de UNO. Zolang onze ministers hun ambassadeurs uit de VS en GB niet terugroepen, het gebruik van het luchtruim, de havens en de spoorwegen niet ontzeggen aan de aanvalstroepen, de militaire vertegenwoordigers en de geheime agenten van de aanvallende landen (inbegrepen zij die in het kader van de NATO werkzaam zijn) niet uitwijzen, zolang ze in de UNO geen resolutie voorleggen die de onmiddellijke terugtrekking van de vreemde troepen uit Irak vraagt en een internationaal economisch embargo tegen de agressors voorstelt, zullen we leven in landen die geallieerd en dus medeplichtig zijn met de agressors.

Vanaf nu zijn wij in oorlog, en wel in het verkeerde kamp. We zijn nu in de situatie van de Spanjaarden onder Franco of de Fransen onder Pétain: medeplichtig, onderworpen of in verzet. Wat dit verzet voor elk van ons inhoudt, zullen we hier niet ontwikkelen. We verwijzen naar de talrijke websites die de strijd en het verzet reeds organiseren (bv. www.stopusa.be, www.geenoorlog.be, www.indymedia.be)

In deze brede beweging hebben wij als leerkracht ook een specifieke opdracht te vervullen. Tegenover de immense propagandamachine van de massa-media komt het ons toe zo veel mogelijk gebruik te maken van het ideologisch apparaat dat de school is. Nu de staat de neiging heeft zich te desengageren van het onderwijs, nu de deregulering inzake structuren en programma’s de deur opent voor de ongelijke ontwikkeling, laat ons er dan op zijn minst gebruik van maken om het terrein te bezetten en aan de jonge generaties de boodschap en de intellectuele wapens van het verzet door te geven. Laat ons de lessen van aardrijkskunde gebruiken om aan de leerlingen en de studenten de natuur van het imperialisme, van het Amerikaans imperialisme in het bijzonder, uit te leggen. Laat ons in de lessen van economie de mechanismen van uitbuiting en overheersing onderwijzen en de natuur van dit economisch systeem dat elke halve eeuw de mensheid tot zelfvernietiging leidt. Laat ons in de lessen geschiedenis de oorzaken van de onderontwikkeling uitleggen om de leerlingen te laten ontdekken welke de geostrategische inzet van de olie is en wat de ideologische rol van of de historische bron van het racisme is.
Laat ons de lessen wiskunde en wetenschappen gebruiken om hen met hun eigen hoofd te leren denken en niet met dit van CNN. Laat ons de taalvakken gebruiken om de films van Mike Moore (Bowling for Columbine) te laten zien en de boeken van de doodgezwegen intellectuele oppositie in de VS te laten lezen. Laat ons de lessen van filosofie, moraal of godsdienst gebruiken om het misbruik van God in de Amerikaanse propaganda aan te klagen.
Laat ons de tijd tussen de lessen gebruiken om de leerlingen te mobiliseren, om hen op te roepen aan acties deel te nemen: manifestaties, petities, pamfletten, badges, stickers, affiches. Laat ons onze autoriteit als leraar gebruiken om de stem van de Meester te contesteren, om de toespraken van Bush te ontmaskeren, om het gebrek aan consequentie van de Europese leiders bloot te leggen.

Behalve onze plicht tot solidariteit met een aangevallen volk, onze plicht
als vredelievende burgers, onze militante wil om ons te verzetten tegen de nieuwe globale kapitalistische orde, gaat het om onze legitieme opdracht als opvoeders en onderwijzers. Hoe kunnen we beweren een pedagogische autoriteit voor onze leerlingen te zijn als we in zo’n fundamentele kwestie niet tonen dat kennis de drager is van het begrijpen van de wereld en van de capaciteit tot handelen?

Sommigen zullen opwerpen dat dit indruist tegen onze plicht tot neutraliteit. Vandaag kan men zoals in 1940 maar neutraal zijn door medeplichtig te worden.